Sociaal Medisch Overleg (SMO)

 

 

In het Sociaal Medisch Overleg (hierna: SMO) gaan alle partijen, die bij het verzuim betrokken zijn, met elkaar in overleg.

Het is een interdisciplinair overleg, vooral over het ziekteverzuim en ziektegevallen. Ook andere gezondheidszaken binnen een organisatie komen aan bod.

 

Door kennisdeling in het SMO ontstaan effectievere oplossingen bij ziekteverzuim problematiek. Vaak kan men stagnatie van een reïntegratie traject voorkomen. Ook wordt door de diverse soorten professionals begrip gecreëerd voor elkaars belangen, standpunten en keuzes.

 

Het SMO bestaat uit één of meer leidinggevenden van ziekgemelde werknemers, een HRM- Personeelsfunctionaris en de bedrijfsarts. Afhankelijk van de aard van het verzuim kan bijvoorbeeld ook een bedrijfsfysiotherapeut, een bedrijfsmaatschappelijk werker, een arbeidshygiënist, een veiligheidskundige of een casemanager deelnemen aan het SMO.

 

In het SMO kan men overleggen over de uitvoering van verplichtingen uit de Wet Verbetering Poortwachter (WVP), zoals het onderzoek naar passend werk binnen of buiten de organisatie.

Over medische diagnosen en dergelijke wordt niet gesproken, dit valt onder de medische geheimhoudingsplicht van de bedrijfsarts. De nadruk ligt immers op de medische beperkingen van de werknemer, niet op de medische diagnose van het verzuim. In het beschikbare Spreekuurverslag zijn deze beprkingen altijd aangegeven .

 

Het SMO dient ook voor het evalueren van het beleid van ziekteverzuim en ander verzuim in organisaties.

Door verzuimcijfers en ontwikkelingen van bepaalde ziektedossiers te bespreken, kan het SMO waardevolle informatie leveren voor het verbeteren van dit beleid.

Zijn er bijvoorbeeld opvallend veel werknemers met vergelijkbare klachten op een bepaalde afdeling, dan kan via het SMO op diverse manieren daarop effectief actie worden ondernomen.